Bidden op Bijbelse wijze

Hardop of in gedachten praten met 1. God in Jezus naam (Johannes 16:23) óf met 2. Jezus rechtstreeks (Johannes 14:13-14) als je Heer en Koning wordt "bidden" genoemd. Jezus zelf geeft deze 2 mogelijkheden in de Bijbel. Met het besef en geloof dat beiden bestaan kan je je ook tot ieder van hen richten en vragen om bijvoorbeeld bescherming, hulp, bemoediging en zegen. God is het zelf die je tot dat besef en geloof wakker maakt.

Hij doet dat vaak door tegen je te praten in je gedachten, in je dromen, via visioenen of door helpers die Hij uit Zijn Naam kan zenden. Belangrijk uitgangspunt bij het starten met bidden is tevens dat je beseft en weet dat je hen nodig hebt in je leven en niet zonder hen kan, omdat je zondig bent. Je wilt hen dus uitnodigen in jouw leven van iedere dag. Dat is het eerste en belangrijkste als je met bidden start.
Hoe? Door met licht geheven handen of met gevouwen handen zacht hardop uit te spreken dat je hen nodig hebt, dat je hen -God en Jezus- uitnodigt in je leven en zegt dat je hen beiden nodig hebt in je leven. En dat je weet dat je zondig bent en je dat spijt. En dat je dus hulp bij hen zoekt om te veranderen en wel naar Gods Wil. Zo start je jouw relatie met God; altijd in Jezus naam. Zo start je jouw relatie met Jezus.

Maar ook als je die relatie bent begonnen, blijf je in je verdere leven tot God en Jezus bidden. Zo hou je de relatie met hen levend, zo voed je de relatie. Zo blijf je zelf leven. Je bespreekt met hen je leven, je angsten, je problemen, je tegenslagen en je pijn. Maar ook dank je hen waar je gezegend werd, waar je bescherming kreeg, waar je kreeg wat je vroeg en waar je gewoonweg dankbaar en blij over bent. De houding bij bidden is volgens de Bijbel normaliter staand of zittend met de handen geheven en open. Dat is de gebedshouding voor bijbelse Christenen. Alleen in de situatie van begane zonden kan je ook je handen vouwen, knielen of zelfs liggend bidden zo toont de Bijbel ons.

Een speciale vorm van bidden betreft het gebed waarbij de handen worden opgelegd (Handelingen 19:6, Handelingen 8:18). Belangrijk daarbij is dat het plaatsvindt na de Jezusdoop tot ontvangen van Geest en Gaven of op een later moment tot vernieuwing ervan bijvoorbeeld voor een speciale taak. Of ter genezing van mensen als je zelf de Gave tot Genezing hebt ontvangen. Het is dan echter God die werkt door jou als Christen en niet de verdienste van de handoplegger. Je mag ook beslist geen geld bieden of vragen voor handoplegging (Handelingen 8:19-20)!

Bidden is en blijft een persoonlijke zaak dus niet iets van formulieren, geen slaafse volgvoorbede, geen opzegles en geen formaliteit. 

Lees verder over het Leven van Christenen.